Gymnocladus dioica
Gymnocladus dioica (doodsbeenderenboom) vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten, waar hij wijdverspreid, maar zeldzaam is. Van nature groeit Gymnocladus dioica op vochtige hellingen of in de uiterwaarden van rivieren, waar de boom een volwassen hoogte van dertig meter kan bereiken. In cultuur groeit de doodsbeenderenboom traag, maar kan uiteindelijk toch tot twintig meter hoog worden, met een ovale, halfopen tot open grillige kroon. Gymnocladus dioica dankt zijn naam aan de Griekse woorden gymnos (naakt) en klados (tak), verwijzend naar de grove vertakking die vooral in de winter opvalt. Dioicus betekent letterlijk tweehuizig: er bestaan mannelijke en vrouwelijke exemplaren.
7 regels · 7 planten