Acer capillipes
Acer capillipes (streepjesbast-esdoorn, rode streepjes-esdoorn) komt van nature voor in Japan en groeit daar in bergbossen, samen met onder andere Cercidiphyllum japonicum, Trochodendron aralioides en Zanthoxylum piperitum . De Japanse Surawa Tschonoski, plantkundige van beroep, vond de esdoorn in opdracht van Russische botanicus Carl Maximowicz, die de soort in 1867 beschreef. In het oorspronkelijke verspreidingsgebied wordt Acer capillipes tot vijftien meter hoog, in Europa bereikt de boom een maximale hoogte tussen de zes en negen meter met een halfopen, breed vaasvormige kroon. De rode streepjes-esdoorn dankt zijn Nederlandse naam aan de typische witte strepen op de groene, paarsachtig bedekte bast en de net zo opvallende jonge rode twijgen. Deze twijgen geven jonge bomen een erg rode uitstraling. Op oudere takken zijn de kenmerkende witte strepen minder opvallend. In het voorjaar loopt het drie- tot vijflobbige blad rood uit, verkleurend naar donkergroen met rode nerven en opvallend rode bladstelen in de zomer. De karakteristieke boom is het hele jaar door prachtig, maar beleeft zijn hoogtepunt in de herfst, wanneer de bladeren - afhankelijk van de standplaats - schitterend verkleuren naar verschillende tinten oranjerood tot geel. In mei bloeit Acer capillipes met mannelijke én vrouwelijke groenwitte bloemen in lange hangende trossen. Ze zijn erg geliefd bij bijen, vlinders en andere insecten. Na de bloei verschijnen roze tot roodbruine gevleugelde vruchten met dunne en fijnbehaarde stelen, wat de Latijnse naam capillipes verklaart.
2 regels · 2 planten